Your browser is out-of-date!

Update your browser to view this website correctly. Update my browser now

×

Check

Stilte laten

Voorbereiding

Oefening
Je tekst:

Leer één van de citaten hieronder uit het hoofd.

  • Je kunt beter een nachtje slapen over wat je van plan bent, dan wakker te liggen over wat je gedaan hebt.
  • Minds are like parachutes, they only function when they’re open.
  • Wie hard werkt, telt op. Wie samenwerkt, vermenigvuldigt.
  • People don’t care how much you know until they know how much you care.
  • Wie sommige badgasten bekijkt, begrijpt waarom de zee zich twee keer per dag terugtrekt.
  • Schepen zijn veilig in de haven. Maar zijn ze daarvoor gemaakt?
  • Wie zich vergeet voor te bereiden, bereidt zich voor om vergeten te worden.
  • Als er een wind van verandering waait, bouwen sommigen windschermen en anderen windmolens.
  • Méfiez-vous des gens qui ne rient jamais: ce ne sont pas des gens sérieux.
  • Je kunt een paard wel in het water trekken, maar het niet dwingen te drinken.
Jezelf opnemen met een camera

Om je meer bewust te worden van hoe je spreekt voor een groep, kan het nuttig zijn om jezelf op te nemen met een camera. Zo kun je jezelf na de oefening meteen evalueren. Je kunt analyseren wat je precies doet en hoe dat overkomt. Waarom werkt het wél of waarom werkt het net niet?

Uiteraard kun je ook rechtstreekse feedback vragen aan het aanwezige oefenpubliek. Vraag hun hoe ze jouw oogcontact hebben ervaren.

Oefening
Je tekst:

Bereid een onderwerp voor waarover je een paar minuten kunt spreken. Neem iets wat je goed kent en waarbij je je vertrouwd en zelfzeker voelt. Het kan gaan om een anekdote (werk- of privégerelateerd), een omschrijving van je baan of een project of een mening over een bepaald (nieuws)feit.

WAT je vertelt is hier niet zo belangrijk. Het gaat erom dat je vlot en makkelijk kunt vertellen, zonder dat je tijdens de oefening met je tekst hoeft bezig te zijn.

Je hoeft zeker geen tekst uit het hoofd te leren. Als je dat verkiest, kun je gerust een spiekbriefje met enkele steekwoorden gebruiken.

Wie tijdens de oefening toch te veel aan zijn tekst aan het denken is en daardoor blokkeert, kan gerust oefenen met “Bla, bla, bla, bla, …” of “1, 2, 3, 4, …”

Je publiek

Zorg voor minstens één toehoorder. Dan kan een collega, een vriend of een familielid zijn. Leg duidelijk uit dat je hem of hen graag wilt gebruiken als publiek in het kader van een oefening.

Als er niemand beschikbaar is, kun je oefenen met een namaakpubliek. Hieronder vind je 10 foto’s van gezichten van mensen.

  • Publiek 10
  • Publiek 09
  • Publiek 08
  • Publiek 07
  • Publiek 06
  • Publiek 01
  • Publiek 02
  • Publiek 03
  • Publiek 04
  • Publiek 05

Kies er 1 of meer uit (kies zelf of je een sympathiek ogend iemand wilt of de voorkeur geeft aan een strenger gezicht), druk de foto(‘s) af (ze zijn handig op A4-formaat gemaakt) en plak die met een stukje plakband vast aan een stoel of aan de muur, op dezelfde hoogte als waar het gezicht van een echt persoon zou komen.

Ga zitten of staan voor je toehoorder(s).